Redactioneel

Dankbaar zijn

In deze tijd van het jaar stelde ik altijd mijn lijst met goede voornemens samen, compleet met een grafiek om dalend gewicht en sportschool bezoek (want daar ging het bij mij altijd om) bij te houden. Sinds een paar jaar heb ik die lijst afgezworen en houd ik iets anders bij: een dankbaarheidsdagboek. Het mag dan wel tuttig klinken, maar het is het mooiste dat je voor je zelf kunt doen. Volgens onderzoek geeft het bijhouden van een dankbaarheidsdagboek een betere nachtrust, gezondheid en minder stress.

Vaak wordt gedacht dat geluk hebben dankbaar stemt, maar het tegenovergestelde is waar: Dankbaarheid voelen stemt gelukkig. Het gevoel hoeft je niet te overvallen, je kunt het ook oproepen. Op donkere dagen moet je het soms uit je tenen halen door het hard te denken aan je mooie kinderen of huisdier,maar op goede dagen kun je de dankbaarheid al voelen stromen door een mooie winter groene boom of een glimlachje van een voorbijganger.

Goede voornemens gaan over beter, mooier, meer. Dankbaarheid gaat over je ogen openen voor wat je al hebt, voor wat er als is.Op het moment dat je je richt op iets moois dat je is toegevallen, en je hebt het echt vanuit het diepst van je ziel en waardeert, gaat je hart wijd open en je kunt alleen nog maar dommig glimlachen.Een mens kan niet dankbaar zijn en tegelijk boos of verdrietig. Of zelfs maar gevoelloos. Het is onmogelijk. Elk gevoel van miskenning, slachtofferschap of verwijt smelt weg onder de immense kracht van die emotie.

Met een van dankbaarheid overspoeld hart is de wereld als nieuw. Je bent je bewust van het zonlicht dat je bereikt, het huis waarin je woont, de liefde van je beminden, het loutere feit in leven te zijn en lucht in te ademen. Niets hoeft beter, Het is al goed.

Een mooie gedachte om mee te nemen voor het komende jaar 2021 met/ondanks de zorgen voor het bewaken van onze gezondheid.

Suzan Smit, Schrijfster van romans en boeken over persoonlijke groei

Taal, klank en begrip

Nu de media begonnen zijn ook niet-corona-nieuws aan de orde te stellen, wil ik ook eens een andersoortig onderwerp bespreken. Ik wil het hebben over taal en klank. Als je mensen verschillende talen hoort spreken hoor je grote verschillen. De klank van bv. Nederlands, Duits en Engels is heel verschillend. En binnen die talen kom je onderling sterk verschillende vormen van uitspraak tegen. We groeien op met een bepaalde uitspraak en bewaren die in meer of minder sterke mate ons leven lang. Amsterdammers blijven meestal een ‘z’ aan het begin van een woord als een ‘s’ uitspreken. Hagenaars zullen de neiging behouden een ‘ei’ of ‘ij’ zo uit te spreken dat deze een ‘e’-achtige klank vormen. Zuiderlingen behouden hun zachte ‘g’, enz. enz.

Opmerkelijk is het feit dat drie bijbelvertalingen een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van respectievelijk het Duits, Engels en Nederlands. Dat zijn de vertaling van Luther (compleet in 1534), de King James Version (1611) en de Statenvertaling (1637). Ook al zijn er later veel andere vertalingen geproduceerd, nog altijd worden die drie genoemde vertalingen als klassiek beschouwd. Het is de kracht van hun taal die hen nog altijd waardering doet toekomen. Juist daar waar men met het lezen van de bijbel vertrouwd was en is, ziet men die gehechtheid aan de oude, bekende taal naar voren komen.

Niettemin zijn er steeds nieuwe vertalingen verschenen, steunend op betere bronnen, want we moeten bedenken dat van geen van de bijbelse geschriften een oorspronkelijk exemplaar is overgeleverd. We moeten het doen met handschriften uit latere tijden. Dat zijn kopieën van kopieën met op den duur bepaalde varianten. Toch mag je zeggen dat er een grote mate van betrouwbaarheid bestaat bij die overleveringen. Om één voorbeeld te noemen: handschriften uit Qumran, gevonden in de vorige eeuw, stemmen sterk overeen met Oudtestamentische teksten van handschriften van eeuwen later.

Toch treft men in uitgaven van het O.T. in het Hebreeuws en in die van het N.T. in het Grieks veel, soms toch belangrijke, varianten aan, vermeld in een notenapparaat van wetenschappelijke uitgaven. Aan de andere kant hebben de “moderne” talen allerlei ontwikkelingen doorgemaakt, waardoor de oude vertalingen soms niet meer worden begrepen. Zo luidde het begin van het boek Prediker: “IJdelheid der ijdelheden…” Moderne jongeren denken bij ‘ijdelheid’ aan iets anders dan hier bedoeld. En ze kennen bv. het woord ‘kribbe’ vaak ook niet meer. Onder andere om die misverstanden te voorkomen is men nieuwe vertalingen gaan maken of is men, zoals bij de Statenvertaling, deze gaan “hertalen”.

Het begin van het boek Prediker luidt dan anders. En ‘kribbe’, gehandhaafd in de hertaling van de Statenbijbel, luidt in de Nieuwe Vertaling ‘voederbak’. Toch betekenen die veranderingen voor mensen die vertrouwd waren met de hun bekende klanken vaak iets van een verlies. Wij hechten aan vertrouwde klanken. Zo zijn er bv. veel moslims die diep getroffen worden door de klank van de Arabische tekst van de koran, al begrijpen zij daar geen woord van. De klank alleen heeft als het ware een magische uitwerking.

Het is van belang dat met de Reformatie zo’n waarde is gehecht aan een lezen èn begrijpen van de bijbel door alle gelovigen. Daarom werd in 1575 in ons land de Leidse Universiteit, als eerste universiteit in ons land, gesticht, namelijk om predikanten op te leiden die goed waren toegerust voor hun taak. En eeuwen lang werden daar theologen opgeleid die in staat waren om de bijbel in de grondtekst (Hebreeuws, Aramees en Grieks) te lezen. Aan de andere Nederlandse universiteiten werd dit uiteraard ook zo gedaan. Zo leerde men de bijbel goed te verstaan, maar ook kritisch te lezen. Je ziet dan een samengaan van taal, klank en begrip.

Ook als je de bijbel niet langer ziet als een door God geopenbaarde reeks geschriften, maar als een product van mensen uit lang vervlogen tijden, gevormd door een andere cultuur, blijft het lezen van die oude boeken van betekenis. In de eerste plaats, omdat ze voor een deel boeiende getuigenissen vormen van menselijk leed en vreugde. In de tweede plaats omdat onze cultuur in zo’n sterke mate is gevormd door bijbelse verhalen en motieven. En in de derde plaats vanwege de rijkdom van de taal der boeken. Het is een waardevol tijdverdrijf eens een stukje te lezen in verschillende vertalingen en dan de taal en klank daarvan met elkaar te vergelijken.

dr. Rob Nepveu


ANGST

Ieder heeft angst die hij diep in zich verborgen houdt,
veilig op slot zodat niemand het weet.
En wie niks doet is zeker dat hij al die zorgen houdt,
dat hij de weg naar de vrijheid vergeet.

Angst is een rem om te leven hoe je leven kunt.
‘t Houdt je gevangen terwijl dat niet hoeft.
Breek dus los en wees vrij om te geven wat je geven kunt.
Zorg dat je liefde en vrijheid weer proeft.

Angst dat het schip strandt is echt iets wat niet nodig is.
Weet je, we zien wel of dat ooit gebeurt.
We gaan weg zonder ballast en al wat overbodig is
onder de zon die de dagen weer kleurt.

Dans me naar morgen, dans me naar morgen,
dans me naar morgen, kom twijfel niet meer.
Doe een stap en dan nog een
en voor je ‘t weet dan weet je ‘t weer.
Dans me naar morgen en twijfel niet meer.

 

Ons rugzakje

Het is al weer een aantal jaren geleden dat de vrijzinnige predikant Klaas Hendrikse een boekje schreef onder de titel Geloven in een God die niet bestaat. Het werd een bestseller. Hendrikse was een atheïstische theoloog, die zich niet langer kon vinden in het traditionele godsgeloof. Daarin wordt God voorgesteld als een persoonlijk wezen dat ingrijpt in de gang der natuur en het leven van mensen. Mede door de verschrikkelijke dingen door het nationaalsocialistische bewind in het Westen begaan en die door de Japanners in het Oosten, zijn velen hun geloof in God, zoals dat in de traditie leefde en deels nog wordt geleerd, kwijt geraakt. Daarom sloeg het boek van ds. Hendrikse zó aan. Men herkende zich in diens problemen met de bestaande theologie. Hij aanvaardde echter de mogelijkheid toch zinvol over God te spreken zonder de oude voorstellingen aangaande God op te vatten als feitelijk juist. Het ging hem om een spreken over God in de trant van een “alsof”. Je kunt dan spreken van een symbolische betekenis.

Maar er is iets anders dat zijn boek interessant maakt. Dat is het beeld van een rugzakje dat we allemaal, ons leven lang, met ons meedragen. Het is een heel verhelderend beeld. Dat rugzakje bevat de erfenis die wij met ons meenemen en die bestaat uit het geheel van al wat wij in ons leven hebben ontvangen, bestaande uit ervaringen, opvattingen en overtuigingen, en onze verwerking daarvan. Hendrikse wijst erop dat wij steeds weer nieuwe dingen in dat rugzakje stoppen, maar er ook dingen uithalen. Dat betekent dat we, zo lang wij leven, nieuwe indrukken ontvangen en nieuwe inzichten opdoen. Maar soms halen we ook dingen uit ons rugzakje, die we niet meer aanvaarden. Ik herinner mij dat indertijd de vrijzinnig-hervormde predikant in Rijswijk, ds. P. Jonges, ons voorhield dat je nooit bij het doen van belijdenis kan beloven later altijd vast te houden aan het geloof dat je nu huldigt. Hij zag in, dat mensen zich gedurende hun leven blijven ontwikkelen. Dat geldt ook voor het geloof. En het was prof. dr. L.J. van Holk, godsdienstwijsgeer in Leiden, die ons, studenten, voorhield eens in de vijf jaar eens na te gaan wat je dan gelooft en vast te stellen hoe je geloofsinhoud eventueel is veranderd.

Nu we meer thuis moeten blijven is het misschien zinvol eens ons rugzakje te inspecteren. We zullen dan waarschijnlijk zien hoe we in de loop van de tijd, wellicht onbewust, heel andere opvattingen zijn gaan huldigen. Maar we zullen ongetwijfeld op verschillende punten ook op overtuigingen stuiten die niet veranderd zijn. Ieders rugzakje bevat een persoonlijke inhoud. Het is boeiend om, als we weer samen kunnen komen, met elkaar opnieuw in gesprek te komen en elkaar te verrijken met die onderling verschillende inhoud van onze rugzakjes. Want dat maakt een vrijzinnige gemeenschap zo boeiend. We zijn geen gelóófsgemeenschap in de zin, dat wij één en hetzelfde geloof delen, maar wèl een gemeenschap in die zin, dat we in alle openheid met elkaar willen delen in wat we gedurende ons leven aan inzichten en overtuigingen hebben verworven. De gedachten van anderen kunnen ons verrijken, en daar waar wij van inzicht verschillen ons helpen ons meer bewust te maken van onze eigen overtuiging.

dr. Rob Nepveu

 
 
     
  U bent welkom in de Wilhelminakapel aan de Wilhelminaweg 7 - 3603 CR Maarssen

de Wilhelminaweg is het verlengde van de Schippersgracht langs/ achter kasteel Bolenstein